Blaricumse villa's uit de jaren '30 — waar textielbaronnen hun paarden parkeerden
Terwijl wij ons tegenwoordig druk maken over de hoogte van onze hagen, hadden de textielbaronnen van weleer heel andere zorgen. Hun paarden moesten immers ook ergens representatief gehuisvest worden tijdens de villegiature in Blaricum.

De textielfortuin en de vlucht naar het Gooi
De jaren dertig waren gouden tijden voor de Amsterdamse textielindustrie, en waar gaat men heen wanneer het goud begint te wegen? Naar het Gooi natuurlijk, waar de lucht zuiverder is en de buren op gepaste afstand wonen. Blaricum werd het geprefereerde refuge voor deze captains of industry, die hun zomermaanden graag doorbrachten tussen de dennenbomen en de heide.
Deze heren — want het waren voornamelijk heren — bouwden niet zomaar een bescheiden buitenverblijf. Nee, zij lieten villa's neerzetten die hun Amsterdamse stadspaleizen in niets onderdeden. Complete met bijgebouwen, tuinmanswoning en natuurlijk de onmisbare stallingen. Want wat is een textielbarон zonder zijn paarden?
Architectuur met vier benen erbij
De stallingen waren vaak architectonische juweeltjes op zich, ontworpen in dezelfde stijl als de hoofdvilla. Men zag ze niet als simpele bijgebouwen, maar als integrale onderdelen van het landgoed. De paarden van de familie verdienden immers dezelfde esthetische zorg als de bewoners zelf.
Deze etablissementen voor het viervoetervolk waren uitgerust met alle denkbare comfort: ruime boxen, zadel- en tuigkamers, en vaak zelfs een koetsiershuis erboven. De hooikwaliteit werd met dezelfde zorg geselecteerd als de wijnen voor het diner. Het was, naar hedendaagse maatstaven, behoorlijk exclusief paardenpensioen.
Vele van deze stallingen werden later omgebouwd tot gastenverblijven of ateliers — een logische evolutie toen de laatste koetsen plaats maakten voor de eerste P.C. Hooft-tractors van hun tijd.
Van stal tot statussymbool
Wat deze villa's en hun bijbehorende accommodaties zo bijzonder maakte, was niet alleen hun omvang maar vooral hun integratie in het landschap. De textielbaronnen begrepen dat echte klasse zich niet alleen toont in wat men bezit, maar vooral in hoe men dat bezit presenteert.
De paarden fungeerden als het levende bewijs van hun maatschappelijke positie — nobele dieren voor nobele eigenaren. Zondagmiddagen werden besteed aan ritjes door de Blaricumse bossen, waarbij men elkaar groette vanuit koetsjes die meer kostten dan een gemiddeld object aan de Amsterdamse grachten.
Vandaag de dag zijn veel van deze historische stallingen nog herkenbaar in het landschap, zij het vaak in een nieuwe rol. Ze herinneren ons aan een tijd waarin men zijn paarden net zo zorgvuldig onderhield als tegenwoordig de Tesla op de oprit — alleen was het voer toen iets democratischer geprijsd dan de huidige elektriciteitstarieven.
Een merkwaardige tijd, waarin men zijn status mat aan het aantal benen onder zijn vervoermiddel in plaats van het aantal pk's onder de motorkap.

De vergeten golfbaan van Naarden-Vesting — waar heren met handicap hun swing oefenden tussen de bastions
In de schaduw van de vestingwallen lag ooit een exclusieve golfbaan waar garnizoensheeren hun driver uittestten tussen historische kazematten.

De Larense School — hoe een kunstenaarsdorp 't Gooi op de kaart zette
Van Jozef Israëls tot Anton Mauve: het verhaal van de schilders die in Laren het licht vonden dat ze zochten.